Uitspraak
gevestigd te Dasman, Koeweit,
gevestigd te [vestigingsplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
- vernietiging van het bestreden arrest, doch slechts in zoverre als in het dictum van ’s Hofs arrest ILC wordt veroordeeld tot betaling van de wettelijke handelsrente. In plaats daarvan ware te bepalen dat ILC de wettelijke rente verschuldigd is;
- verwerping van het principale beroep voor het overige.
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
letter of credit. [verweerster] is daarmee niet akkoord gegaan.
Nu [verweerster] wettelijke handelsrente heeft gevorderd, dient te worden aangenomen dat zij tevens aanspraak maakt op het mindere, te weten de wettelijke rente. Deze komt op de voet van art. 6:119 BW Pro voor vergoeding in aanmerking.
4.Beslissing
15 januari 2016.