ECLI:NL:RBDHA:2017:14701
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag mvv nareis pleegkind Eritrese nationaliteit wegens onvoldoende bewijs identiteit en gezinsband
Eiseres, van Eritrese nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Zij stelt pleegkind te zijn van een referent die sinds 2015 een verblijfsvergunning in Nederland heeft. De aanvraag werd afgewezen omdat eiseres geen wettige documenten kon overleggen die haar identiteit en gezinsband met de referent aannemelijk maken.
De rechtbank oordeelt dat eiseres geen enkel bewijs heeft geleverd van haar stelling dat haar ouders zijn overleden en dat zij na het overlijden feitelijk tot het gezin van de referent behoort. Het ambtsbericht over Eritrea vermeldt dat overlijdens- en familieregisters worden bijgehouden, en dat registratie mogelijk is, ook in het vermeende dorp van eiseres. Eiseres heeft geen aannemelijke reden gegeven waarom zij geen documenten kan overleggen en heeft geen pogingen ondernomen om deze via andere wegen te verkrijgen.
Het beroep op schending van de hoorplicht wordt verworpen omdat het bestuursorgaan redelijkerwijs mocht aannemen dat het bezwaar niet tot een ander besluit zou leiden. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de aanvraag. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag mvv nareis wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van identiteit en gezinsband.