ECLI:NL:RBDHA:2017:14706
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering verblijfsvergunning op grond van Dublinverordening
Eiser, een Guinese nationaliteit dragende persoon, diende op 8 juli 2017 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder nodigde eiser tweemaal uit voor een Dublin-aanmeldgehoor, waarop eiser niet verscheen. Vervolgens nam verweerder de aanvraag niet in behandeling, omdat op grond van artikel 25, tweede lid, van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser voerde aan dat de opvangsituatie in Italië ontoereikend is, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt. De rechtbank oordeelde dat verweerder dit standpunt voldoende gemotiveerd had weerlegd en dat eiser in beroep niet had toegelicht waarom dit oordeel onhoudbaar zou zijn.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter Sinack op 27 november 2017 en partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.