Uitspraak
Rechtbank Den Haag
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
van de buitenspiegelvan de auto (merk Toyota Yaris met [kenteken] ) van
4.De strafbaarheid van de feiten
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf/maatregel
7.De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel
€ 1.147,95,bestaande uit een bedrag van € 37,95 aan materiële schade en een bedrag van € 1.110,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
€ 790,40, bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de wettelijk rente.
[slachtoffer]tot een bedrag van
€ 1.110,-, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en tot afwijzing van de vordering van de benadeelde partij voor het overige.
[slachtoffer 5]in de vordering, nu deze onvoldoende is onderbouwd.
[slachtoffer]voorzover dit de geleden immateriële schade ad € 1.110,- betreft en heeft ten aanzien van de materiële schade ad € 37,95 niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij bepleit, nu dit geen rechtstreekse schade betreft.
[slachtoffer 5]in de vordering bepleit, nu deze niet voldoende is onderbouwd.
€ 37,95voor vergoeding van materiële schade, de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot schadevergoeding, aangezien dit geen rechtstreekse schade is die is toegebracht door de bewezenverklaarde feiten.
€ 1.110,-.
€ 1.110,-,vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 27 november 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd
[slachtoffer].
8.De inbeslaggenomen goederen
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
1.
4 subsidiair
opzetheling;
76 DAGEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden;
2 jarenonder de
algemene voorwaardendat de veroordeelde:
- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet Pro op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
bijzondere voorwaardendat de veroordeelde:
[slachtoffer], een bedrag van
€ 1.110,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rentedaarover vanaf 27 november 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;
[slachtoffer];
10 dagen;
[slachtoffer 5]niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;