Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2017 in de zaak tussen
[eiseres], te [plaats], eiseres
[B.V. X], te [plaats]
Rechtbank Den Haag
Eiseres, voormalig Wajong-uitkeringsgerechtigde, verzocht om een WIA-uitkering. Verweerder stelde dat zij per 21 oktober 2016 niet meer dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering. Eiseres voerde aan dat haar klachten, waaronder spierkrampen, psychische problemen en medicatiebijwerkingen, onvoldoende waren meegewogen en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onjuist was.
De rechtbank stelde vast dat de medische onderzoeken door verzekeringsartsen zorgvuldig waren uitgevoerd en dat alle klachten en medische informatie waren betrokken. Hoewel verschillende diagnoses werden gesteld, waren deze niet doorslaggevend; de beoordeling richtte zich op objectief vaststelbare beperkingen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) had zelfs meer beperkingen aangenomen dan de primaire arts, maar een verdere uitbreiding ontbrak aan medische onderbouwing.
De rechtbank hechtte weinig waarde aan de door eiseres aangevoerde GAF-score en vond dat de arbeidsdeskundige terecht concludeerde dat eiseres geschikt was voor de geduide functies. Gezien de juiste medische en arbeidsdeskundige beoordeling was het beroep ongegrond en werd de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van een WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.