ECLI:NL:RBDHA:2017:1524
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken overtuigend bewijs bij woninginbraak te Zoetermeer
Op 25 april 2016 vond een woninginbraak plaats te Zoetermeer waarbij diverse goederen werden weggenomen. Verdachte werd ervan verdacht samen met een medeverdachte deze inbraak te hebben gepleegd. De officier van justitie baseerde zich op aangifte, getuigenverklaring en een bekennende medeverdachte.
De verdediging voerde aan dat verdachte onschuldig is en valselijk werd beschuldigd door de medeverdachte uit wraak. De verklaring van de medeverdachte werd als onbetrouwbaar beschouwd, mede omdat het DNA-bewijs alleen de medeverdachte betrof en verdachte ontkende betrokkenheid.
De rechtbank oordeelde dat ondanks het wettig bewijs de overtuiging ontbrak dat verdachte de inbraak heeft gepleegd. De pigmentvlekken in het gezicht van verdachte waren niet zodanig opvallend dat een getuige deze van afstand kon waarnemen, er was geen aanvullend bewijs zoals vingerafdrukken, en de gestolen goederen werden niet bij verdachte aangetroffen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij en hief het het opgeschorte bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van overtuigend bewijs voor woninginbraak.