Uitspraak
Rechtbank Den Haag
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
4.De strafbaarheid van het feit
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf/maatregel
.Bij onvoldoende medewerking van de verdachte kan zo’n behandeling en resocialisatie in het kader van
7.De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel
€ 7.900,-,zijnde een bedrag van
kleding, zijnde de kleding die [slachtoffer] aan had tijdens de verkrachting en niet meer wil dragen, is namens de verdachte niet betwist. De rechtbank acht het begrijpelijk dat [slachtoffer] deze kleding niet meer aan wil en acht een bedrag van
€ 200,-voor vervanging van de kleding niet onredelijk. De rechtbank zal dit bedrag dan ook toewijzen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het bewezenverklaarde feit.
€ 3.000,-toewijzen.
€ 3.200,-.
€ 3.200,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rentedaarover vanaf 7 augustus 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd
[slachtoffer] , in deze vertegenwoordigd door
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden;
dat de verdachte ter beschikking wordt gestelden beveelt dat de terbeschikkinggestelde van
overheidswege zal worden verpleegd;
[slachtoffer] , in deze vertegenwoordigd door [bewindvoerder] als bewindvoerder, een bedrag van
€ 3.200,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rentedaarover vanaf
42 dagen;