ECLI:NL:RBDHA:2017:15306
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens verstrekken onjuiste nationaliteits- en reisgegevens
Eiser, een Syrische nationaliteithebbende asielzoeker, kreeg in 2012 een verblijfsvergunning asiel toegekend. Verweerder trok deze vergunning met terugwerkende kracht in omdat eiser onjuiste of achtergehouden gegevens had verstrekt over zijn nationaliteit, gezinsleden en reisroute, wat bij de oorspronkelijke aanvraag tot afwijzing had geleid.
De rechtbank overwoog dat eiser de Libanese nationaliteit bezit, wat hij verzweeg, en dat hij onjuist verklaarde over zijn reisroute naar Nederland. Tevens meldde hij niet het bestaan van een zoon die in Nederland verblijft. Hierdoor achtte verweerder het onwaarschijnlijk dat eiser in Syrië problemen ondervond en dat hij recht had op bescherming op grond van artikel 3 EVRM Pro.
Eiser voerde onder meer aan dat hij de Libanese nationaliteit had verloren en dat zijn zoons risico liepen op militaire dienstplicht in Syrië, en dat artikel 8 EVRM Pro werd geschonden. De rechtbank vond deze stellingen onvoldoende onderbouwd en oordeelde dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro in het nadeel van eiser uitviel. Ook medische klachten boden geen aanleiding tot anders handelen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de intrekking van de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht en het opgelegde inreisverbod.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht.