ECLI:NL:RVS:2012:BW3337
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- C.J.M. Schuyt
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens ontbreken geldige mvv en onvoldoende gezinsbanden met moeder
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als verblijfsdoel verblijf bij haar moeder gedurende medische behandeling. De minister wees deze aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) die overeenkomt met het verblijfsdoel. De vreemdeling stelde dat er sprake was van gezinsleven met haar moeder en dat zij op korte afstand woonde van haar moeder die ernstige gezondheidsproblemen had.
De voorzieningenrechter had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de Raad van State stelde dat de minister terecht had geoordeeld dat er geen sprake was van 'more than normal emotional ties' tussen de vreemdeling en haar moeder, zoals vereist volgens de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Hierdoor viel de situatie niet onder de bescherming van artikel 8 EVRM Pro.
Verder oordeelde de Raad dat het ontbreken van een geldige mvv niet in strijd was met artikel 8 EVRM Pro en dat de minister de aanvraag terecht had afgewezen. De Raad ging ook in op de klacht van de vreemdeling dat zij onterecht niet was vrijgesteld van het mvv-vereiste wegens het niet kunnen verkrijgen van reisdocumenten. De Raad concludeerde dat de minister zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de vreemdeling aan het mvv-vereiste moest voldoen.
De Raad vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor verblijfsvergunning afgewezen wegens ontbreken van geldige mvv en onvoldoende gezinsbanden.