ECLI:NL:RBDHA:2017:15815
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens overtreding Arbeidstijdenbesluit vervoer bevestigd
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen een bestuurlijke boete van €20.500 opgelegd door de minister van Infrastructuur en Waterstaat wegens twaalf overtredingen van artikel 2.4:13, tweede lid, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer (Abtv). De overtredingen betroffen het verrichten van werkzaamheden met een vrachtauto zonder dat een bestuurderskaart in de tachograaf aanwezig was, vastgesteld tijdens een controleperiode van 1 tot en met 28 juni 2015.
Eiser voerde aan dat de boete onterecht was omdat het gebruikte wetsartikel was vervallen, de overtredingen niet bewezen waren, en de boete onevenredig hoog was gezien zijn situatie als kleine zelfstandige zonder recidive. De rechtbank oordeelde dat de gegevens uit DIANTA, ondersteund door bedrijfsadministratie en rittenstaat, voldoende bewijs vormden. Tevens werd geoordeeld dat het toepasselijke wetsartikel ten tijde van het besluit nog beboetbaar was.
De rechtbank vond dat de minister de boete correct had gemaximeerd conform beleidsregels en dat de boete niet onredelijk was, mede vanwege de verkeersveiligheid en afschrikwekkende werking. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete van €20.500 wegens overtredingen van het Arbeidstijdenbesluit vervoer wordt ongegrond verklaard.