ECLI:NL:RVS:2014:3088
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens overtreding registratieplicht Arbeidstijdenwet
De minister legde aan appellant een boete van €88.000 op wegens twintig overtredingen van artikel 4:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet (Atw). Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de boete, dat door de rechtbank werd afgewezen. In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de bedrijfsinspectie in strijd was met artikel 6 EVRM Pro en het nemo tenetur-beginsel, dat het gebruikte softwareprogramma DIANTA onbetrouwbaar was, dat de minister niet bevoegd was de boete op te leggen voor bepaalde overtredingen, en dat de boete gematigd had moeten worden.
De Raad van State oordeelde dat de bedrijfsinspectie geen strafrechtelijke controle betrof, maar een toezichtshandeling, zodat geen sprake was van schending van artikel 6 EVRM Pro. De betrouwbaarheid van DIANTA werd bevestigd, omdat het programma als hulpmiddel werd gebruikt en de uitkomsten werden gecontroleerd met aanvullende gegevens. De minister was bevoegd de boete op te leggen, ook al werden bepaalde gegevens pas later overgelegd, omdat het toezicht op dat moment niet mogelijk was. Ten slotte was matiging van de boete niet gerechtvaardigd gezien de ernst en verwijtbaarheid van de overtredingen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €88.000 wegens overtredingen van de Arbeidstijdenwet en wijst het hoger beroep af.