ECLI:NL:RBDHA:2017:15838
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens interstatelijk vertrouwensbeginsel met Bulgarije
Eiser, een Syrische nationaliteit, heeft op 7 november 2017 een opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ingediend in Nederland. Verweerder heeft deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat uit het Eurodac-systeem bleek dat eiser sinds 27 december 2016 internationale bescherming geniet in Bulgarije.
Eiser betoogde in beroep dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege de slechte situatie voor statushouders in Bulgarije, wat een schending van artikel 3 EVRM Pro zou betekenen. Hij overhandigde meerdere rapporten ter onderbouwing. De rechtbank oordeelde echter dat deze stukken vooral betrekking hebben op asielzoekers en Dublinclaimanten, terwijl eiser zelf statushouder is. Bovendien blijkt uit het AIDA-rapport en de eigen ervaringen van eiser in Bulgarije dat Bulgarije zijn verdragsverplichtingen nakomt.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en concludeerde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd niet ambtshalve beoordeeld omdat de aanvraag niet-ontvankelijk is verklaard. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De asielaanvraag is terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser internationale bescherming geniet in Bulgarije en onvoldoende concrete aanwijzingen zijn dat Bulgarije zijn verdragsverplichtingen schendt.