Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
5.De beslissing
€ 1.434,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en 618,-- aan griffierecht;
Rechtbank Den Haag
Eiser is onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf waarvan nog een restant moet worden uitgezeten. Hij stelt detentieongeschikt te zijn op grond van een rapport van een psychiater, terwijl de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) hem detentiegeschikt achtte. Eiser werd opgeroepen zich te melden voor detentie, maar maakte bezwaar tegen deze oproep. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard en het beroep bij de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) werd eveneens afgewezen.
Eiser vordert in kort geding opschorting van de tenuitvoerlegging totdat hij door een forensisch psychiater is onderzocht of totdat hij de gelegenheid krijgt te reageren op het standpunt van de medisch adviseur van de DJI. De rechtbank stelt vast dat de wet een rechtsgang biedt met voldoende waarborgen via bezwaar en beroep bij de RSJ, en dat de voorzieningenrechter in kort geding geen rol heeft in de beoordeling van de rechtmatigheid van de oproep.
De rechtbank overweegt dat het niet mogelijk is om via een onrechtmatige daad vordering de juistheid van een rechterlijke beslissing opnieuw aan de orde te stellen, tenzij fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden en geen rechtsmiddel openstond. Dit is niet gesteld of gebleken. Het feit dat eiser niet beschikte over een rapport van het NIFP is onvoldoende, zeker omdat hij dit rapport zelf had kunnen opvragen.
Daarom wordt eiser niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen en veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen tot opschorting van de tenuitvoerlegging van zijn gevangenisstraf.