ECLI:NL:RBDHA:2017:16266
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht asielzoeker aan Zweden op grond van Dublinverordening
Eiser, een Iraakse asielzoeker, diende op 28 augustus 2017 een asielaanvraag in in Nederland. Uit Eurodac-onderzoek bleek dat hij eerder in Zweden om internationale bescherming had gevraagd. Zweden stemde in met het terugnameverzoek van Nederland, waarna de staatssecretaris besloot de aanvraag niet in behandeling te nemen en eiser over te dragen aan Zweden.
Eiser maakte bezwaar tegen deze overdracht uit vrees voor uitzetting naar Irak door Zweden. De rechtbank oordeelde dat Zweden de verantwoordelijkheid voor de asielaanvraag heeft geaccepteerd en geacht moet worden de Europese asielrichtlijnen na te leven. Eiser kon zijn klachten over de naleving daarvan in Zweden indienen en had geen aannemelijk gemaakt gebrek aan effectieve rechtsmiddelen.
De rechtbank concludeerde dat het gevaar van indirect refoulement niet aannemelijk was gemaakt en dat de aanvraag terecht niet in behandeling werd genomen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht aan Zweden wordt ongegrond verklaard.