ECLI:NL:RBDHA:2017:16272
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Sleeswijk Visser-de Boer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij vaststelling ingangsdatum verblijfsrecht
Eiseres, met de Sierra Leoonse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument op grond van verblijf bij een Nederlands minderjarig kind. De staatssecretaris wees de aanvraag aanvankelijk af, maar trok dit later in en kende het document toe met een geldigheidsduur van vijf jaar, ingaand op de datum van het besluit.
Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit omdat de ingangsdatum van het verblijfsrecht volgens haar vastgesteld had moeten worden op een eerdere datum dan de afgiftedatum. Zij baseert dit op artikel 20 van Pro het VWEU. De staatssecretaris voert aan daartoe niet bevoegd te zijn.
De rechtbank overweegt dat de Verblijfsrichtlijn niet in de weg staat aan het vaststellen van een eerdere ingangsdatum, maar dat de Nederlandse wetgeving hiervoor geen grondslag biedt. Hierdoor is de staatssecretaris niet bevoegd de ingangsdatum vast te stellen. Omdat eiseres daardoor niet in een gunstigere positie kan komen, ontbreekt procesbelang en wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Eiseres wordt vrijgesteld van griffierecht vanwege betalingsonmacht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter T. Sleeswijk Visser-de Boer op 6 november 2017.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang bij de vaststelling van de ingangsdatum van het verblijfsrecht.