ECLI:NL:RBDHA:2017:16333
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- O. van der Burg
- G.P. Verbeek
- H.W. Vogels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende partijdigheid in huurovereenkomstprocedure
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die de procedure omtrent de ontbinding van een huurovereenkomst behandelde. Verzoeker stelde dat de kantonrechter vanaf het begin van de zitting op 2 oktober 2017 bevooroordeeld was, onder meer door kritische vragen te stellen en voorlopige oordelen te geven die volgens verzoeker de schijn van partijdigheid wekten.
De wrakingskamer heeft het verzoek ontvankelijk verklaard en het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld. Uit het proces-verbaal van de comparitie en de toelichting van partijen bleek dat de kantonrechter een kritische ondervraging voerde en voorlopige oordelen gaf, maar dat dit gebruikelijk is in een zitting en niet zonder meer duidt op partijdigheid of vooringenomenheid.
De wrakingskamer oordeelde dat het geven van een voorlopig oordeel, ook zonder expliciete aanduiding als zodanig, onvoldoende is om de vrees voor partijdigheid te rechtvaardigen. Er waren geen zwaarwegende aanwijzingen dat de kantonrechter bevooroordeeld was. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de procedure in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand van zaken ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens onvoldoende grond voor partijdigheidsvrees.