ECLI:NL:RBDHA:2017:16344
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters rechtbank Den Haag in belastingzaak
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen drie rechters van de rechtbank Den Haag die betrokken zijn bij de behandeling van zijn belastingzaak over de jaren 2012 tot en met 2014. Het verzoek betrof onder meer het prematuur afwijzen van een verzoek tot aanhouding van een zittingsdatum en het houden van een wrakingszitting zonder aanwezigheid van verzoeker.
De wrakingskamer heeft het verzoek uitgebreid onderzocht. Verzoeker was op de wrakingszitting niet verschenen, ondanks tijdige oproeping. De kamer overwoog dat het afwijzen van een verzoek tot aanhouding een processuele beslissing is die in beginsel geen grond voor wraking vormt, tenzij sprake is van onbegrijpelijkheid die duidt op vooringenomenheid. Dit was niet het geval. De wrakingskamer vond geen aanwijzingen voor partijdigheid of vooringenomenheid.
Daarnaast oordeelde de kamer dat het tweede wrakingsverzoek van verzoeker een misbruik van recht vormt, omdat het feitelijk een poging is om alsnog uitstel van de zitting te verkrijgen. Daarom wordt een volgend wrakingsverzoek in deze procedure niet in behandeling genomen.
De wrakingskamer besloot het wrakingsverzoek af te wijzen en de procedure voort te zetten zoals die was ten tijde van het verzoek. De beslissing is openbaar uitgesproken op 2 oktober 2017.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.