ECLI:NL:RBROT:2023:7311
Rechtbank Rotterdam
- Verzet
- E.J.B. van Elden
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik van recht en griffierechtbetaling
In deze bestuursrechtelijke verzetzaak staat centraal of de rechtbank terecht het beroep van opposant niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het niet voldoen van het griffierecht. Opposant had beroep ingesteld tegen een besluit van de Staatssecretaris van Financiën waarin een verzoek om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid werd afgewezen vanwege artikel 67, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
De rechtbank Rotterdam onderzocht ambtshalve of opposant misbruik maakte van recht, mede gelet op zijn veelvuldige en herhaalde procedures, waarbij steeds een beroep op betalingsonmacht werd gedaan. De rechtbank constateerde dat opposant herhaaldelijk onherroepelijke uitkeringsbeslissingen aanvocht, procedures voerde over fiscale kwalificaties en wrakingsinstrumenten misbruikte. Ook werden tegen procesdeelnemers en rechters aangiftes gedaan wegens valsheid in geschrift of daarmee gedreigd.
De rechtbank wees erop dat opposant eerder was gewaarschuwd dat onduidelijke en herhaalde verzoeken zonder nieuwe feiten kunnen leiden tot niet-ontvankelijkheid wegens misbruik van recht. Ondanks waarschuwingen bleef opposant grote hoeveelheden stukken indienen, vaak zonder nieuwe gronden of koppeling aan bestaande zaken. De rechtbank concludeerde dat opposant in kwade trouw handelde en daarom geen beroep kon doen op betalingsonmacht voor het griffierecht.
De verzetrechter bevestigde dat de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard en het verzet ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet is ongegrond en het beroep is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht en niet betaling van griffierecht.