ECLI:NL:RBDHA:2017:16354
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter in bestuursrechtelijke beroepsprocedure
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft de gemachtigde van verzoeker beroep ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie betreffende een opgelegde bekeuring. Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die het beroep behandelt, omdat deze voorafgaand aan de zitting een definitief oordeel zou hebben gevormd over het verzoek tot aanhouding van de zaak.
De wrakingskamer behandelde het verzoek op 8 mei 2017, waarbij verzoeker, zijn gemachtigde en de kantonrechter niet aanwezig waren. Het wrakingsverzoek berustte op de vrees voor partijdigheid van de kantonrechter, omdat deze het aanhoudingsverzoek zonder nadere mondelinge toelichting had afgewezen.
De kantonrechter stelde dat de afwijzing van het aanhoudingsverzoek een processuele beslissing is, losstaand van de inhoudelijke zaak, en dat dit geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid oplevert. De wrakingskamer bevestigde dit en overwoog dat wraking tegen een processuele beslissing in beginsel niet mogelijk is, tenzij deze onbegrijpelijk is en alleen uit vooringenomenheid kan worden verklaard.
Omdat de gemachtigde van verzoeker voldoende gelegenheid had om het procesdossier in te zien en afschriften te verkrijgen, was er geen rechtens te respecteren belang bij aanhouding. De wrakingskamer wees het verzoek af en bepaalde dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet.