ECLI:NL:RBDHA:2017:16356
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter in bestuursrechtelijke bekeuringzaak
De gemachtigde van verzoeker stelde beroep in bij de kantonrechter tegen een beslissing van de officier van justitie over een bekeuring. Verzoeker vroeg om aanhouding van de zitting en inzage in de processtukken, maar dit werd geweigerd. Vervolgens diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter, stellende dat deze zich voorafgaand aan de zitting al een oordeel had gevormd, wat een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid zou rechtvaardigen.
De wrakingskamer behandelde het verzoek zonder aanwezigheid van verzoeker, zijn gemachtigde en de kantonrechter. De kamer oordeelde dat het afwijzen van een aanhoudingsverzoek een processuele beslissing is, die losstaat van de inhoudelijke beoordeling en dat wraking tegen een dergelijke beslissing in beginsel niet mogelijk is. Alleen bij onbegrijpelijke beslissingen die duiden op vooringenomenheid kan wraking worden toegewezen.
In deze zaak was de beslissing om het verzoek tot aanhouding te weigeren niet onbegrijpelijk, mede omdat verzoeker gelegenheid had om het dossier in te zien en afschriften te verkrijgen. Er was geen sprake van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en het proces werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen en het proces wordt voortgezet.