ECLI:NL:RBDHA:2017:16365
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen bestuursrechter in belastingzaak
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. T.A. de Hek, bestuursrechter bij de rechtbank Den Haag, in een procedure over een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2013. Het verzoek betrof vermeende partijdigheid van de rechter, waarbij verzoeker klaagde over het niet grondig onderzoeken van zijn zaak.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 6, eerste lid, EVRM, waarbij een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor het tegendeel. De kamer concludeerde dat het verzoekschrift geen concrete feiten of omstandigheden bevat die objectief de vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. Ook het proces-verbaal van de zitting bood geen aanknopingspunten.
Verder merkte de wrakingskamer op dat verzoeker eerder een wrakingsverzoek had ingediend en zelfs geprobeerd had deze wrakingskamer te wraken, wat duidt op het frustreren van de procedure. Daarom werd bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken in deze zaak niet in behandeling worden genomen.
De wrakingskamer wees het verzoek af, bepaalde dat het hoofdproces wordt voortgezet zoals dat was op het moment van het wrakingsverzoek, en beveelde toezending van de beslissing aan alle betrokken partijen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de bestuursrechter wordt afgewezen en toekomstige wrakingsverzoeken worden niet in behandeling genomen.