ECLI:NL:RBDHA:2017:1768
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen rechter N.F.H. van Eijk wegens vermeende vooringenomenheid en het negeren van internationale verdragen. Verzoeker voelde zich niet begrepen en vreesde dat zijn rechten werden ontnomen.
De rechter gaf aan dat het standpunt van verzoeker hem duidelijk was en ontkende vooringenomenheid. De wrakingskamer oordeelde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren voor een gebrek aan onpartijdigheid, ook niet gelet op de uiterlijke schijn.
De onvoldoende onderbouwde stellingen van verzoeker en zijn subjectieve gevoelens boden geen grond voor wraking. Het verzoek werd daarom afgewezen en het proces in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
De beslissing werd op 9 januari 2017 in raadkamer genomen door drie rechters en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.