Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 februari 2017 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zijn standpunt dat Kosovo een veilig land van herkomst is gebaseerd op de in artikel 3.105ba, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) voorgeschreven informatiebronnen. Verweerder heeft op een juiste wijze invulling gegeven aan de verplichting om zijn oordeel over de vraag of Kosovo als veilig land van herkomst kan worden aangemerkt mede te baseren op zelfstandig onderzoek.
Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de uitspraak van 14 september 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2474) heeft overwogen, moet de aanwijzing van een land als veilig land van herkomst voldoen aan een aantal materiële vereisten. Gelet op de toepasselijke regelgeving (artikel 3.37f van het VV 2000) geldt voor die aanwijzing als norm dat er in het betreffende land algemeen gezien en op duurzame wijze geen vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag of behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM plaatsvindt. Uit de betrokken informatiebronnen moet blijken dat er in het desbetreffende land wet- en regelgeving is die voornoemde vervolging en behandeling verbiedt en die het voor de autoriteiten van dat land mogelijk maakt om hiertegen bescherming te bieden. Dit betreft de juridische situatie in het betrokken land. Tevens moet daaruit blijken dat die wet- en regelgeving in de praktijk wordt toegepast en dat bescherming dus ook feitelijk wordt geboden, waarvoor onder meer de daadwerkelijke beschikbaarheid van een systeem van rechtsmiddelen relevant is. Dit betreft de feitelijke situatie in het betrokken land.
dat de grondwet en de wet arbitraire arrestatie en detentie verbieden en dat deze verboden in zijn algemeenheid worden nageleefd. De Kosovaarse wet- en regelgeving die discriminatie verbiedt wordt niet altijd effectief ten uitvoer gebracht en er is sprake van interetnisch geweld. Er is echter ook sprake van enige verbetering in die situatie. In het rapport van [geboortedag] 2016 meldde de Secretaris-Generaal van de VN dat de Kosovaarse autoriteiten de nodige moeite doen om werkgelegenheid te scheppen voor minderheden. Verweerder erkent dat Kosovo kampt met diverse maatschappelijke problemen en dat de uitvoering van wet- en regelgeving in de praktijk tekortkomingen laat zien. Deze zijn echter niet zodanig dat om die reden Kosovo in zijn algemeenheid niet als veilig land van herkomst kan worden aangemerkt.
Het door eiseres in beroep aangehaalde rapport van EASO “Country of Origin Information Report, Kosovo Country Focus” van 15 november 2016 schetst geen wezenlijk ander beeld en doet daarom niet af aan het standpunt van verweerder.