Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2017.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een minderjarige Afghaan van de Hazara bevolkingsgroep, verzocht om een verblijfsvergunning asiel na een traumatisch verleden met familieconflicten en vermeend misbruik door zijn oom. De staatssecretaris wees het verzoek af wegens een ongeloofwaardig relaas, gebaseerd op het ontbreken van documenten en vage, ongerijmde verklaringen.
De rechtbank oordeelde dat het verwijt van het ontbreken van documenten ten onrechte aan eiser werd toegerekend gezien zijn jeugdige leeftijd en omstandigheden. Desondanks vond de rechtbank het relaas van eiser onvoldoende geloofwaardig vanwege inconsistenties, onlogische details en afwijkingen van het algemeen bekende beeld van misbruikpraktijken in Afghanistan.
Ook het beroep op het risico op ernstige schade bij terugkeer naar Kabul werd verworpen, mede vanwege het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak dat er geen uitzonderlijke situatie is die een reëel risico rechtvaardigt. Het verzoek om een verblijfsvergunning regulier op grond van het AMV-beleid werd eveneens afgewezen omdat het relaas ongeloofwaardig is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de minderjarige Afghaanse asielzoeker wordt ongegrond verklaard wegens een ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende risico op ernstige schade bij terugkeer.