ECLI:NL:RBDHA:2017:2054
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres, een Eritrese asielzoekster, diende op 22 november 2016 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, nam haar aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Dit werd bevestigd door de acceptatie van het overdrachtsverzoek door de Franse autoriteiten.
Eiseres stelde dat bij het aanmeldgehoor geen beëdigde tolk werd ingezet, wat in strijd zou zijn met artikel 28 van Pro de Wet beëdigde tolken en vertalers (Wbtv). De rechtbank oordeelde dat verweerder dit voldoende had gemotiveerd vanwege de spoedeisendheid van de Dublinprocedure en de afwezigheid van een tijdige registertolk in de taal Tigrinya. Bovendien had eiseres de tolk goed verstaan.
Verder voerde eiseres aan dat zij geen weet had van het visum en dat het paspoort mogelijk vals was. De rechtbank stelde dat dit niet afdoet aan de verantwoordelijkheid van Frankrijk, mede gelet op artikel 12, vijfde lid, van de Dublinverordening. Ook het betoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Frankrijk niet langer geldt, werd verworpen omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat de Franse asielprocedure en opvang wezenlijk tekortschoten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter A.W. Ente op 1 maart 2017.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.