ECLI:NL:RBDHA:2017:2143
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring bezwaar tegen onjuiste DNA-afname op grond van Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden
Veroordeelde was bij vonnis van 3 maart 2015 veroordeeld voor openlijke geweldpleging en kreeg een gevangenisstraf opgelegd. Op 28 september 2016 werd op grond van een bevel van de officier van justitie DNA-materiaal van veroordeelde afgenomen. Veroordeelde maakte bezwaar tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van artikel 7 van Pro de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden.
De rechtbank oordeelt dat het bevel tot afname van DNA-materiaal niet voldeed aan de vereisten van artikel 3 lid 2 van Pro de Wet DNA, omdat het een onjuist parketnummer vermeldde dat toebehoorde aan een ander persoon en een verkeerde strafbepaling noemde. Dit leidt tot een onjuiste registratie van de DNA-gegevens.
Gelet op het belang van correcte gegevens bij opname in de DNA-databank verklaart de rechtbank het bezwaar gegrond en beveelt de officier van justitie om het afgenomen celmateriaal onmiddellijk te vernietigen. De uitspraak werd gedaan door rechter R.G.C. Veneman op 28 februari 2017.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de DNA-afname wordt gegrond verklaard en het celmateriaal wordt vernietigd.