ECLI:NL:RBDHA:2017:2265
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging proceskostenvergoeding en bevestiging naheffingsaanslag en verzuimboete motorrijtuigenbelasting
Eiser was houder van een motorrijtuig en betaalde de motorrijtuigenbelasting voor twee tijdvakken niet tijdig. Verweerder legde een naheffingsaanslag en een verzuimboete op. Eiser maakte bezwaar tegen de boete en stelde dat deze in strijd was met het vertrouwensbeginsel omdat hij de rekening niet had ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat eiser zelf verantwoordelijk was voor tijdige betaling, ook zonder ontvangst van de rekening. De naheffingsaanslag en verzuimboete waren terecht opgelegd, mede omdat sprake was van een tweede verzuim binnen een jaar. Het beroep op afwezigheid van alle schuld (avas) slaagde niet.
Verder vernietigde de rechtbank het besluit omtrent de proceskostenvergoeding omdat verweerder ten onrechte een lage wegingsfactor hanteerde. De rechtbank stelde de vergoeding voor de kosten van bezwaar en beroep hoger vast en veroordeelde verweerder tot betaling van deze kosten en het griffierecht.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.A. Dirks op 22 februari 2017. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit over de proceskostenvergoeding en bevestigt de naheffingsaanslag en verzuimboete, wijzend een hogere vergoeding toe voor de kosten van rechtsbijstand.