Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2017.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een minderjarige Hazara uit Afghanistan, diende een asielaanvraag in met een verhaal over illegale werkzaamheden als koerier van alcohol en niet-islamitische literatuur, en vrees voor vervolging vanwege zijn etnische achtergrond. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas en het ontbreken van een kwetsbare positie van eiser als Hazara in zijn regio.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de leeftijd van eiser bij de werkzaamheden, de tijd die verstreken was, en de aard van de illegale activiteiten. Ook was de motivatie om het asielrelaas ongeloofwaardig te achten onvoldoende onderbouwd, onder meer omdat verklaringen van eiser coherent en gedetailleerd waren en het ontbreken van documenten verklaarbaar was.
Verder stelde de rechtbank vast dat verweerder onterecht aannam dat de Hazara-bevolkingsgroep geen kwetsbare minderheid vormde in het gebied van eiser, terwijl recente rapporten en jurisprudentie wezen op een feitelijke kwetsbare positie. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en legde een termijn van zes weken op voor een nieuw besluit, waarbij verweerder de proceskosten van € 990,- moest vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivatie en onjuiste beoordeling van de kwetsbare positie van eiser.