Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser,
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
4. Op wat eiser daartegen heeft aangevoerd, wordt hierna ingegaan.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Oekraïense nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege zijn homoseksuele gerichtheid en de vrees voor afwijzing door familie en werkproblemen bij terugkeer naar Oekraïne. Hij stelde ook dat hij bedreigd werd na een incident in een park.
De staatssecretaris achtte de identiteit en homoseksualiteit van eiser geloofwaardig, maar vond de vrees voor vervolging onvoldoende zwaarwegend. De rechtbank bevestigde dat de situatie in Oekraïne verbeterd is voor LHBT’s, met wetgeving tegen discriminatie en vreedzame Gay Pride manifestaties.
Eiser kon niet aannemelijk maken dat hij ernstige problemen had ondervonden of dat hij bij terugkeer een reëel risico liep op ernstige schade. De rechtbank oordeelde dat eiser niet meer terughoudend hoeft te zijn dan heteroseksuelen en dat de vrees onvoldoende zwaarwegend is.
Daarnaast werd de aanvraag als kennelijk ongegrond afgewezen vanwege late aanmelding van het asielverzoek. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens onvoldoende zwaarwegende vrees voor vervolging.