ECLI:NL:RBDHA:2017:3442
Rechtbank Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Beschikking rechter-commissaris over voorlopig getuigenverhoor verzoekers in Thailand gedetineerd
Verzoekers, beiden gedetineerd in Thailand, verzochten om zichzelf als partijgetuigen te horen in Nederland in het kader van een voorlopig getuigenverhoor. De Staat der Nederlanden verzette zich op inhoudelijke en praktische gronden, onder meer vanwege lopend strafrechtelijk onderzoek in Thailand en het ontbreken van toestemming van Thaise autoriteiten.
De rechter-commissaris overwoog dat het horen van verzoekers als getuigen niet wordt verhinderd door hun hoedanigheid en dat zij mogelijk relevante verklaringen kunnen afleggen. Wel is een onmiddellijk uitvoerbare beslissing om hen te horen niet mogelijk, mede omdat zij in Thailand gedetineerd zijn en een bevel ex artikel 172 Rv Pro niet toepasbaar is.
De rechter-commissaris achtte het nog niet bewezen dat verhoren praktisch onmogelijk zijn en verzocht de Staat zorg te dragen voor doorleiding van de beschikking aan de Thaise autoriteiten. Bij concrete weigering van medewerking kan later worden overwogen af te zien van het verhoor. Indien verzoekers in Nederland worden gehoord in een strafzaak, zal de rechter-commissaris zijn agenda daarop aanpassen.
De beschikking werd gegeven op 23 maart 2017 en het voorlopig getuigenverhoor werd aangehouden tot 10 mei 2017, met de verplichting aan partijen om voor die datum over de voortgang te berichten.
Uitkomst: Verzoekers mogen zichzelf als getuigen horen; voorlopig getuigenverhoor aangehouden tot 10 mei 2017.