Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
eisende partij in conventie,
gemachtigde: mr. T.A. Nieuwenhuijsen,
gedaagde partij in conventie,
gemachtigde: mr. M.M. van Delden-Van Rijssen.
Rechtbank Den Haag
De stichting DUWO vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van een woning die zij verhuurt aan een huurder die sinds 2004 in de woning woont. DUWO stelde dat sprake was van dringend eigen gebruik omdat de woning bestemd zou zijn voor studenten en zij deze aan een nieuwe student wilde verhuren. De huurder betwistte dit en stelde dat het ging om reguliere woonruimte die hij niet als student huurde.
De kantonrechter oordeelde dat uit de huurovereenkomst niet blijkt dat de woning specifiek bestemd is voor studenten, mede omdat de overeenkomst dateert van vóór het bestaan van de campusclausule (artikel 7:274d BW). Ook de ligging in een studentencomplex betekent niet dat de woning zelf een studentenwoning is, aangezien het complex ook woningen voor andere doelgroepen omvat.
Verder stelde de kantonrechter vast dat DUWO onvoldoende heeft aangetoond dat huurder bij het aangaan van de overeenkomst duidelijk was dat hij de woning slechts als student kon huren. Het feit dat huurder een collegekaart overhandigde, was onvoldoende bewijs dat de woning uitsluitend voor studenten bestemd was. Daarom mocht huurder ervan uitgaan dat hij reguliere woonruimte huurde.
Gelet hierop kon de opzeggingsgrond dringend eigen gebruik niet worden aangenomen en werden de vorderingen van DUWO afgewezen. De procedurekosten werden aan DUWO opgelegd. De reconventionele vordering van huurder tot vergoeding van verhuis- en herinrichtingskosten kon niet worden behandeld omdat de ontbinding niet werd toegewezen.
Uitkomst: De vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik worden afgewezen.