ECLI:NL:RBDHA:2017:3708
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging bovenwettelijke uitkering wegens leeftijdsonderscheid
Eiser, voormalig ambtenaar bij het ministerie van VWS, kreeg vanaf 1 februari 2006 een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering toegekend die eindigde op 1 april 2017. Eiser verzocht om verlenging van de uitkering tot zijn AOW-gerechtigde leeftijd, vanwege een AOW-gat. Verweerder weigerde dit en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank oordeelt dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard en vernietigt het besluit.
De rechtbank overweegt dat het leeftijdsonderscheid in het Besluit bovenwettelijke uitkeringen niet objectief is gerechtvaardigd, omdat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de uitkering stopt bij 65 jaar terwijl de AOW-leeftijd is verhoogd. De rechtbank wijst op het toepassingsgebied van de Wet Gelijke Behandeling op grond van Leeftijd bij de Arbeid (WGBL) en de noodzaak van een zorgvuldige belangenafweging.
Omdat eiser op 1 april 2017 de leeftijd van 65 jaar bereikte maar nog geen AOW ontvangt, wordt een voorlopige voorziening getroffen waarbij de uitkering wordt doorbetaald tot de AOW-leeftijd. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het betaalde griffierecht deels vergoed aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen; tevens wordt een voorlopige voorziening getroffen voor doorbetaling van de uitkering tot de AOW-leeftijd.