ECLI:NL:CRVB:2018:3463
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Weigering verlenging uitkering na vaststellingsovereenkomst ondanks verhoging AOW-leeftijd
Appellant, een voormalig ambtenaar, had met de minister een vaststellingsovereenkomst (vso) gesloten waarin een uitkering werd toegekend tot een specifieke einddatum. Deze uitkering werd beëindigd op de afgesproken datum, ondanks dat de AOW-leeftijd later werd verhoogd.
Appellant verzocht om verlenging van de uitkering tot de nieuwe AOW-leeftijd, maar de minister weigerde dit. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de vso bindend is en dat geen sprake is van wilsgebreken of bijzondere omstandigheden die verlenging rechtvaardigen. De wijziging van de AOW-leeftijd wordt niet als bijzondere omstandigheid gezien. Ook de finale kwijting in de vso en de precieze verwijzing naar de versie van het Rijkswachtgeldbesluit 1959 sluiten doorwerking van latere wijzigingen uit.
Appellant kon niet aantonen dat partijen de intentie hadden om de uitkering na de afgesproken einddatum voort te zetten. Vergelijkingen met andere gevallen en argumenten over betrekkelijke finale kwijting werden verworpen. De Raad concludeerde dat de minister terecht vasthoudt aan de oorspronkelijke einddatum van de uitkering.
Uitkomst: De uitkering wordt niet verlengd na de afgesproken einddatum ondanks de verhoging van de AOW-leeftijd.