Uitspraak
[verzoeker] ,
Beoordeling van het verzoek.
Beslissing.
mr. N.M.E. Oudshoorn, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 11 april 2017.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 89 Sv Pro tot vergoeding van schade geleden door een onterechte inverzekeringstelling van één dag in verband met een verdenking van betrokkenheid bij een inbraak aan een adres in Den Haag. De strafzaak betreffende deze inbraak is beëindigd zonder verdere vervolging, terwijl verzoeker wel veroordeeld is voor een andere inbraak in dezelfde periode en omgeving.
De officier van justitie stelde dat de zaken mogelijk als één moeten worden gezien en dat de inverzekeringstelling wellicht al in mindering is gebracht op de opgelegde straf, maar kon dit niet onderbouwen. De raadsman betoogde dat de zaken los van elkaar moeten worden beoordeeld en dat de dag inverzekeringstelling niet gecompenseerd is.
De rechtbank oordeelde dat de inverzekeringstelling betrekking had op een afzonderlijk feit en dat er geen aanwijzingen waren dat de dag al was verrekend met de straf voor de andere inbraak. Daarom achtte de rechtbank gronden van billijkheid aanwezig om een schadevergoeding van €105 toe te kennen voor de onterechte inverzekeringstelling.
De rechtbank wees het verzoek tot een hogere vergoeding af en bepaalde dat het bedrag ten laste van de Staat wordt betaald op de door verzoeker opgegeven rekening. De uitspraak werd gedaan door rechter R.G.C. Veneman op 11 april 2017.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een schadevergoeding van €105 voor de onterechte inverzekeringstelling van één dag.