ECLI:NL:RBDHA:2017:3917
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewaring vreemdeling niet in strijd met rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel
Eiser, een man van Marokkaanse nationaliteit, is op 8 maart 2017 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege illegaal verblijf en het risico op onttrekking aan toezicht. Hij stelde dat zijn aanhouding en bewaring in strijd waren met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, omdat hij zich aan zijn meldplicht had gehouden en meende dat hij niet meer in bewaring zou worden gesteld.
De rechtbank oordeelde dat uit het proces-verbaal duidelijk bleek dat de aanhouding rechtmatig was op grond van artikel 50 Vw Pro 2000 en dat eiser geen ondubbelzinnige toezegging had ontvangen die hem een rechtens te honoreren verwachting gaf dat hij niet in bewaring zou worden gesteld. Hoewel eiser zich inspande voor een mvv-aanvraag, wilde hij pas vertrekken naar Marokko na de geboorte van zijn kind, wat de terugkeer vertraagde.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiser sinds 2013 illegaal in Nederland verbleef, gebruik maakte van een alias en niet zelfstandig vertrok ondanks zijn meldplicht. Verweerder had geen lichter middel hoeven toepassen. De toezegging van een laissez passer door Marokkaanse autoriteiten en de geplande vlucht op 30 maart 2017 gaven voldoende zicht op uitzetting. De rechtbank concludeerde dat de vrijheidsontnemende maatregel rechtmatig en proportioneel was en wees het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.