ECLI:NL:RBDHA:2017:4161
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen wegens onvoldoende aannemelijkheid verblijf en werkzaamheden in Mosul
Eisers, beiden Iraaks staatsburger, hebben asiel aangevraagd met het argument dat zij Mosul in Irak verlieten vanwege de inname door Islamitische Staat (IS) en later opnieuw vluchtten vanwege bedreigingen. Verweerder heeft de aanvragen afgewezen omdat de opgegeven verblijfplaats Mosul en de werkzaamheden van eiser als tolk niet aannemelijk zijn gemaakt.
De rechtbank overweegt dat eisers op hun visumaanvragen Erbil als verblijfplaats hebben opgegeven, wat niet strookt met hun beweringen over Mosul. Daarnaast ontbreken documenten die hun verblijf in Mosul na terugkeer uit Turkije ondersteunen. De verklaringen over werkzaamheden als tolk zijn tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd met administratief bewijs.
Omdat de asielmotieven gebaseerd zijn op gebeurtenissen in Mosul, en het verblijf aldaar niet aannemelijk is gemaakt, faalt het beroep. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst de asielaanvragen af. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de asielaanvragen af wegens onvoldoende aannemelijkheid van het verblijf en de werkzaamheden in Mosul.