Uitspraak
Rechtbank Den Haag
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
4.De strafbaarheid van het feit
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf/maatregel
7.De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel
€ 7.676,87,zijnde een bedrag van € 7.394,87 aan materiële schade en een bedrag van € 282,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
,de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.
De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
hoofdelijktoewijzen tot een bedrag van
€ 1.224,87.
€ 1.224,87, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 15 juli 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd
[slachtoffer].
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
60 DAGEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden;
2 jarenonder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
30 DAGEN;
[slachtoffer], een bedrag van
€ 1.224,87,
vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 15 juli 2016tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;
vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 15 juli 2016tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd
[slachtoffer];
24 dagen;