Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Amnesty Internationalvan november 2016 en naar rapporten van
AIDAvan januari 2015.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De reden hiervoor is dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag volgens de Dublin-verordening.
Eiser stelde dat het Duitse asielproces systematische tekortkomingen kent, met name dat het recht op gefinancierde rechtsbijstand afhankelijk wordt gesteld van de kansrijkheid van de zaak, wat volgens hem in strijd is met artikel 47 van Pro het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie. Ook wees hij op het ontbreken van kwaliteitseisen voor tolken.
De rechtbank oordeelt dat het Duitse systeem in overeenstemming is met artikel 20, derde lid, van de Procedurerichtlijn 2013/32/EU, waarin is bepaald dat kosteloze rechtsbijstand kan worden geweigerd als het beroep geen reële kans van slagen heeft, mits deze beslissing door een rechter kan worden aangevochten. Het Duitse systeem voldoet hieraan. Daarnaast acht de rechtbank geen bewijs dat het ontbreken van kwaliteitseisen voor tolken leidt tot systematische gebrekkige besluitvorming.
Daarom is niet aannemelijk dat door overdracht naar Duitsland een situatie ontstaat die strijdig is met artikel 4 van Pro het Handvest. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.