ECLI:NL:RBDHA:2017:434
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Deels afwijzing Wob-verzoek inzake correspondentie ministerie EZ en Europese Commissie over derogatie Nitraatrichtlijn
Eiseres verzocht om openbaarmaking van volledige correspondentie tussen het ministerie van Economische Zaken en de Europese Commissie over de derogatie van de Nitraatrichtlijn voor 2014-2017. Verweerder maakte slechts een deel van de documenten openbaar en weigerde de rest vanwege belangen van internationale betrekkingen, persoonlijke levenssfeer en interne beleidsopvattingen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom het belang van de betrekkingen met de Europese Commissie zwaarder weegt dan het belang van eiseres bij openbaarmaking. De vertrouwelijkheid van de onderhandelingen en de mogelijke nadelige gevolgen voor toekomstige onderhandelingen rechtvaardigen de weigering.
Daarnaast zijn de geweigerde documenten terecht aangemerkt als interne stukken met persoonlijke beleidsopvattingen, waarvoor geen openbaarmaking verplicht is. De rechtbank ziet geen noodzaak voor het verstrekken van geanonimiseerde versies, gezien het belang van de stukken voor de onderhandelingspositie.
De rechtbank acht het beroep ongegrond en wijst het af zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen gedeeltelijke weigering van openbaarmaking is ongegrond verklaard.