Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] ,
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 18 januari 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:136) is geoordeeld dat artikel 6a, eerste lid, Vw ook een grondslag creëert voor het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel. Dat daarvoor een toegangsweigering is vereist, zoals de Afdeling ook heeft overwogen in die uitspraak, en dat daarom artikel 6a, eerste lid, Vw gedurende de behandeling van het asielverzoek in de grensprocedure niet de grondslag kan vormen voor de op te leggen vrijheidsontnemende maatregel, is een lacune die door de wetgever zal moeten worden gerepareerd.
In dit geval heeft verweerder in het besluit tot oplegging van de maatregel ook gemotiveerd dat een significant risico op onderduiken bestaat.
Op grond van het tweede lid van deze bepaling mogen de lidstaten, wanneer er een significant risico op onderduiken van een persoon bestaat, de betrokken persoon in bewaring houden om overdrachtsprocedures overeenkomstig deze verordening veilig te stellen, op basis van een individuele beoordeling en, enkel voor zover bewaring evenredig is, en wanneer andere, minder dwingende alternatieve maatregelen niet effectief kunnen worden toegepast.