ECLI:NL:RVS:2017:136
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vrijheidsontneming vreemdeling zonder toegangsweigering volgens Vreemdelingenwet 2000
De vreemdeling werd op 14 oktober 2016 bij de buitengrens van Schiphol aangetroffen en deed asielverzoek. Op 15 oktober 2016 werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op basis van artikel 6a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, zonder dat de vreemdeling de toegang tot Nederland was geweigerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat artikel 6a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 verwijst naar artikel 6, eerste en tweede lid, waarin een toegangsweigering vereist is voor het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel.
Omdat de toegangsweigering ontbrak, was de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en kende de vreemdeling een vergoeding toe over de periode van 15 oktober 2016 tot 14 december 2016, de dag waarop de maatregel werd opgeheven. Tevens werden proceskosten aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig bevonden en vergoeding toegekend.