ECLI:NL:RBDHA:2017:4380
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres, een Eritrese nationaliteit, diende op 2 november 2016 een asielverzoek in. De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie nam het verzoek niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië verantwoordelijk wordt geacht voor de aanvraag volgens de Dublinverordening. De Italiaanse autoriteiten reageerden niet tijdig op het verzoek tot overname, waardoor dit als aanvaarding geldt.
Eiseres voerde aan dat zij kwetsbaar is en afhankelijk van medische zorg en sociale ondersteuning, en dat de situatie in Italië tekortkomingen vertoont die overdracht in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro maken. Zij verwees naar rapporten van ASGI, DRC en SRC die problemen signaleren in het Italiaanse asiel- en opvangsysteem.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij overdracht aan Italië een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met genoemde mensenrechten. De verwijzingen naar rapporten en persoonlijke omstandigheden waren onvoldoende om van dit uitgangspunt af te wijken. Ook is niet gebleken dat Italië niet in staat is adequate medische zorg te bieden.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.