ECLI:NL:RBDHA:2017:4533
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Afghaanse minderjarige wegens ontbreken persoonlijk vluchtgevaar
Eiser, een minderjarige met de Afghaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege problemen met zijn vader, discriminatie als Hazara en de onveilige situatie in Afghanistan. De staatssecretaris wees de aanvraag af, waarop de rechtbank het eerdere besluit vernietigde en verweerder een nieuw besluit nam.
In het bestreden besluit erkent verweerder eisers identiteit en nationaliteit, maar acht de familieproblemen en discriminatie onvoldoende voor vluchtelingenstatus. De rechtbank oordeelt dat eiser tegenstrijdig zou hebben verklaard over mishandeling door zijn vader, maar volgt hem niet in het betoog dat hij eerwraak vreest of geen sociaal netwerk heeft.
De rechtbank stelt vast dat eiser geen reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en dat er geen uitzonderlijke situatie in Kabul is die asiel rechtvaardigt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.