Eiseres maakte bezwaar tegen de vaststelling van een ov-schuld door de Minister van Onderwijs, omdat zij meende recht te hebben op een reisvoorziening in het studiejaar 2016-2017. Zij was sinds 1 september 2011 student en had vier jaar gebruikgemaakt van het studentenreisproduct. Op basis van informatie van DUO dacht zij dat zij in de leenfase recht had op een uitloop van één jaar voor het reisproduct.
De rechtbank overwoog dat de wetswijziging van 2012 het recht op de reisvoorziening in de leenfase heeft beperkt tot de eerste twaalf maanden na afloop van de prestatiebeursperiode. Dit betekent dat na 1 september 2016 het recht op het studentenreisproduct voor eiseres was vervallen. De rechtbank stelde vast dat eiseres op 7 december 2015 was geïnformeerd over het vervallen van haar recht per 1 september 2016.
Hoewel eiseres stelde dat de informatie op de website van DUO onduidelijk was en zij te goeder trouw handelde, oordeelde de rechtbank dat onbekendheid met de regelgeving geen overmacht oplevert. Ook technische beperkingen in het systeem die het aanvragen van een reisproduct na de vervaldatum belemmeren, rechtvaardigen het opleggen van de ov-schuld niet. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.