ECLI:NL:CRVB:2007:BB8091
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig inleveren OV-kaart wegens ernstige ziekte niet toerekenbaar
De hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep stelde een vordering vast wegens onterecht bezit van een OV-studentenkaart over de maanden september tot en met december 2004. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze vordering, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank Groningen vernietigde dit besluit omdat betrokkene wegens een ernstige en acute ziekte niet tijdig de OV-kaart had kunnen inleveren en dit haar niet kon worden toegerekend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de kern van het geschil is of sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3.27, vierde lid, van de Wet studiefinanciering 2000. Hoewel onbekendheid met de regelgeving geen overmacht oplevert, erkent de Raad dat betrokkene door haar ernstige ziekte en ziekenhuisopnames niet kan worden verweten dat zij zich niet heeft verdiept in de gevolgen van het stopzetten van haar studie.
De Raad stelt echter vast dat betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij onmogelijk de kaart tijdig kon inleveren, met name rond de eerste septemberdagen en na ontslag uit het ziekenhuis op 15 september 2004. Daarom wordt het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt alsnog ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.