ECLI:NL:RBDHA:2017:5157
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en geen risico artikel 3 EVRM
Eiser, een Tamil uit Sri Lanka, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van vermeende bedreigingen door een parlementslid Royce en diens handlangers, naar aanleiding van een overval die op videobeelden zou zijn vastgelegd.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig werd geacht, met name vanwege onvoldoende gedetailleerde verklaringen over de bedreigers, inconsistenties in het verhaal en het ontbreken van bewijs dat eiser daadwerkelijk risico loopt. De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de gestelde problemen onvoldoende onderbouwd waren.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat eiser geen reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Sri Lanka, mede gelet op jurisprudentie en ambtsberichten waarin wordt gesteld dat niet iedere Tamil een risico loopt.
De rechtbank wees ook de door eiser overgelegde aanvullende stukken af als onvoldoende bewijs en vond geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens een ongeloofwaardig asielrelaas en het ontbreken van een risico op schending van artikel 3 EVRM.