ECLI:NL:RBDHA:2017:5168
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- H.N. Pabbruwe
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen DNA-afname na buitenlandse veroordeling gegrond verklaard
Bezwaarde is in Polen veroordeeld voor medeplegen van invoer van harddrugs en ondergaat de tenuitvoerlegging van deze straf in Nederland op grond van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties (WETS). De officier van justitie gaf een bevel tot DNA-afname, waarna bezwaarde bezwaar maakte tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel.
De rechtbank stelt zich bevoegd om kennis te nemen van het bezwaar, ondanks dat de Wet DNA niet expliciet voorziet in situaties van buitenlandse veroordelingen die in Nederland worden uitgevoerd. De rechtbank overweegt dat de Wet DNA ook van toepassing moet zijn op deze gevallen om gelijke rechtsgevolgen te waarborgen.
De rechtbank oordeelt echter dat het bevel tot DNA-afname onduidelijk was omdat het vermeldde dat de afname plaatsvond op grond van een veroordeling van de rechtbank Den Haag, terwijl de veroordeling uit Polen afkomstig is. Dit maakte het voor bezwaarde onduidelijk op welke juridische grondslag de afname was gebaseerd.
Daarom verklaart de rechtbank het bezwaar gegrond en beveelt de officier van justitie om het afgenomen celmateriaal te vernietigen. De rechtbank merkt daarbij op dat een tijdsverloop tussen veroordeling en DNA-afname op zich geen bezwaar vormt volgens de geldende jurisprudentie.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel wordt gegrond verklaard en het afgenomen celmateriaal moet worden vernietigd.