ECLI:NL:RBDHA:2017:5451
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument op grond van onvoldoende bewijs duurzame relatie met Unieburger
Eiseres, Oekraïense nationaliteit, vroeg in 2009 als partner van een EU-burger om een verblijfsdocument. Na beëindiging van de relatie in 2012 en huwelijk van de partner met een ander, stelde de overheid in 2013 het rechtmatig verblijf van eiseres vast als geëindigd. Eiseres maakte bezwaar en diende later een nieuwe aanvraag in met het argument dat de relatie ten minste drie jaar had geduurd en zij ten minste één jaar in Nederland had verbleven.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet heeft aangetoond dat de relatie drie jaar heeft geduurd. Het feit dat zij en de partner op hetzelfde adres stonden ingeschreven, is onvoldoende bewijs voor een duurzame relatie. Getuigenverklaringen en foto's zijn niet overtuigend. De rechtbank volgt de overheid in het standpunt dat het eerdere besluit rechtsgeldig is en dat de nieuwe aanvraag terecht is afgewezen.
Verder oordeelt de rechtbank dat geen toetsing aan artikel 8 EVRM Pro nodig is omdat het document alleen het rechtmatig verblijf bevestigt en geen verblijfsrecht verleent. Ook het beroep op persoonlijke omstandigheden en de hoorplicht faalt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor het verblijfsdocument afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een duurzame relatie.