ECLI:NL:RBDHA:2017:5775
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep wegens onvoldoende bewijs kinderopvangkosten na faillissement
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de beschikking van de Belastingdienst/Toeslagen waarin de definitieve kinderopvangtoeslag over 2014 werd vastgesteld op een lager bedrag dan het toegekende voorschot. Dit betrof met name de periode dat haar dochter werd opgevangen bij een failliet verklaard kinderdagverblijf.
De rechtbank overweegt dat eiseres onvoldoende bewijs heeft geleverd van de gemaakte kosten voor kinderopvang bij het failliete kinderdagverblijf, omdat zij geen jaaropgave, facturen of een ondertekende plaatsingsovereenkomst heeft overgelegd. Enkel bankafschriften met betalingen zijn onvoldoende volgens vaste jurisprudentie.
Daarnaast is geoordeeld dat het terugkomen op het eerder toegekende voorschot niet in strijd is met het vertrouwensbeginsel, omdat voorschotten slechts voorlopige bedragen zijn die kunnen worden herzien.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van gemaakte kinderopvangkosten.