ECLI:NL:RBDHA:2017:5803
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Afghaanse vreemdeling wegens onvoldoende geloofwaardigheid en veiligheidsrisico's
Eiser, een Afghaanse staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning asiel nadat hij in 2008 door een man werd benaderd die hem wilde ronselen voor de Taliban. Hij deed aangifte bij de politie, maar kreeg geen bescherming. Verweerder wees de aanvraag af op grond van ongeloofwaardigheid van het verhaal en het ontbreken van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank overwoog dat de verklaringen van eiser onvoldoende consistent en gedetailleerd waren, en dat verweerder terecht rekening hield met het FMMU-advies. Ook werd geoordeeld dat de veiligheidsituatie in Afghanistan, met name in Kaboel, geen uitzonderlijke situatie vormt die verblijfsrecht rechtvaardigt.
Eiser voerde aan dat hij als sjiitische moslim tot een kwetsbare minderheid behoort en dat familieleden in Nederland wonen, maar dit werd onvoldoende onderbouwd geacht. De rechtbank concludeerde dat verweerder het beleid correct toepaste en dat het beroep ongegrond is.
De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Kleijn op 31 mei 2017. Tegen de uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.